Naar het overzicht

Exclusief interview met Nederlands Kampioen 400m indoor Lieke Klaver

Runnersworld Nederland
vrijdag 06 maart 2020

Runnersworld Nederland mocht in het kader van de gezamenlijke FASTER THAN campagne met ADIDAS in gesprek met Nederlands Kampioene 400m indoor Lieke Klaver. Lieke is in korte tijd van aanstormend talent verandert in topatleet na het winnen van haar gouden plak op het NK Indoor in februari en de kwalificatie met het Nederlandse 4x4 estafette team. 

  1. Wie is Lieke Klaver?
  2. Waarom atletiek?
  3. Even over die 400m…
  4. Lange afstanden door de ogen van een sprinter
  5. Trainingsregime en sociaal leven
  6. En nu?

Wie is Lieke Klaver?

We zijn natuurlijk erg blij dat we jou mogen interviewen. Voor de mensen die jou niet kennen, met wie hebben we eigenlijk het genoegen? Wie is Lieke Klaver?

Mijn naam is Lieke Klaver, ben 21 jaar, na de Olympische Spelen straks ben ik 22 jaar. Ik doe sinds mijn 9e al Atletiek en op mijn 14e ben ik naar mijn eerste WK junioren geweest in Amerika. Daarna volgde twee EK junioren en nog een WK junioren. Maar eigenlijk het moment dat ik pas écht écht écht heel goed ga is sinds vorig jaar. Vorig jaar ben ik naar Japan geweest voor het WK estafette en daarna naar DOHA, het WK atletiek met het 4x4 estafette team. O, sommige mensen kijken me soms raar aan en zeggen: “huh?! 4x4, dat is toch four wheel drive? Nee, in atletiek staat “4x4” staat voor 4x400m.  Maar toen hebben we ons dus gekwalificeerd voor de Olympische Spelen.

Jij bent tot voor kort door velen bestempeld als een groot en aanstormend talent maar eigenlijk ben je intussen al veel meer dan dat. Jij was namelijk op het NK indoor in februari de snelste op de 400m waardoor je Nederlands Kampioene bent geworden. Hoe heb jij dit ervaren?

Dit is mijn 2e indoorseizoen op de 400m want ik ben dus sinds kort ook echt 400m atleet geworden. Nu ben ik Nederlands Kampioen geworden en het was echt súper spannend. Lisanne de Witte deed niet mee op de 400m dus Femke Bol en ik moesten beiden vechten voor het goud. Maarja, Femke had tot nu toe echt ie-de-re race, outdoor, indoor, alles, van me gewonnen op de laatste 50 meter, dus die haalde me telkens in. En dat frustreerde best wel. Dus nu voelt het voor mij echt een overwinning om Nederlands Kampioen te zijn en dat ik ein-de-lijk na zoveel races een keertje als nummer 1 mag eindigen. En het was echt nek-aan-nek want er was uiteindelijk maar twee tiende verschil.

Waarom atletiek?

Een fantastische ervaring natuurlijk waar je jarenlang naartoe hebt gewerkt. Waar is jouw passie voor atletiek eigenlijk vandaan gekomen?

Toen ik begon had ik nog geen passie hoor, ik moest van mijn moeder op atletiek dus ik werd er gewoon op gezet. Eigenlijk wilde ik heel graag op dansen maar mijn moeder dacht “jij bent altijd met je broer aan het rennen dus jullie twee gaan op atletiek”. Ik was toen zo’n 8 of 9 jaar. Ik ben eigenlijk altijd gewoon gaan rennen en als mensen zeiden: “wow, dat is een snelle tijd!” dacht ik: nou… ik heb gewoon gerend en het ging eigenlijk allemaal een beetje langs me heen. Op een gegeven moment in mijn Engelse les, ergens in de tweede of derde klas in 2014, kreeg mijn moeder een mail dat ik was uitgenodigd om de 4x400m estafette te gaan lopen in Amerika voor het WK junioren. Toen dacht ik wel ‘hold on’, wat gaat hier gebeuren?! Na vaker trainen op Papendal met de top van Nederland ben ik er eigenlijk ingerold.

Op je 14e al naar een WK-junioren in de Verenigde Staten. Dat is niet niks op die leeftijd. Had jij geen gekke middelbare schooltijd met zoveel trainingen?

Nee hoor, ik trainde destijds maar zo’n 4 keer in de week na het avondeten. Op de momenten dat ik nog niet echt huiswerk had, dus dat was eigenlijk gewoon een hobby. Nu nog steeds maar nu kan het ook gezien worden als mijn werk.

Het feit dat je steeds vaker ging winnen, was dat ook jouw drijfveer om door te gaan? Misschien was er ook wel druk van huis uit?

Van huis uit ben ik nooit gepushed. Ik zou eigenlijk echt niet weten waarom ik er zolang mee door ben gegaan. Ik had niet echt door dat ik altijd won. Het werd gewoon een beetje van mij. Net als dat je een hond hebt, dan vraag je je ook niet elke dag af of ik hem moet uitlaten of niet, nee je gaat gewoon naar je training net als dat je gewoon je hond uit laat. Alsof het bij je hoort.

Even over die 400m…

Liep jij voorheen niet de 100m en 200m? Waarom dan ‘ineens’ deze afstand?

Nou, als je het aan me vraagt zou ik het ook niet weten. Begrijp me niet verkeerd, het is heel leuk maar doet onwijs veel pijn eigenlijk. Er komt melkzuur bij kijken, het doet pijn en je kan gewoon niet stoppen. Maar kijkend naar het waarom, ik ben begonnen met de 100m en 200m, echt fantastisch mooie onderdelen maar ik ben lang en best wel gespierd dus mijn coach zag een 400m atleet in me. Hij was niet de enige overigens, heel veel mensen zeiden “ga eens een keer de 400m doen!” Dat ging goed en het ging ook steeds beter waardoor ik er serieus voor ben gaan trainen en bleek dat ik er talent voor had want ik werd 2e op de NK indoor.

Jouw lengte en jouw kracht. Denk je dat je dat ook echt jouw voorsprong geeft op die extra paar honderd meter?

Dat denk ik wel. Als ik vroeger trainde dan trainden we ook echt ruig. Het was niet allemaal verfijnd of gedetailleerd, nee het was gewoon vol gas gaan. Gewoon in de wind, in de onweer, sneeuw, regen, alles en ik denk dat dat wel helpt bij de 400m. De 400m is niet voor ballerinaatjes, het is gewoon echt ruig. Die vorm van trainen heeft me wel geholpen denk ik maar mijn lengte, nee niet echt. Anders had ik net zo goed kunnen hoogspringen maar dat is niet mijn ding.

Zou je zeggen dat de 400m ook echt de zwaarste afstand is?

Nee, niet echt. Andere afstanden, zoals de 200m, zijn op een andere manier zwaar. De 100m is niet zwaar maar super gedetailleerd en voor kleine sprinters. Voor de 800m moet je ook gek zijn. Nee, het is echt allemaal zwaar.

Ga je diep? Ga je echt stuk?

Ja. Punt. Nou ja, dat zoek ik meer en meer op. Eerst was ik nog niet zo stuk aan het einde en nu begin ik steeds meer te leren en te voelen dat je nóg verder kan. Dan denk je: oke, nu nóg verder, en nóg verder. Ook heb je op de 400m eigenlijk twee type lopers. Je hebt de sprinters en de langere afstand lopers waarbij ik mijn 400m benader vanuit een 200m dus heel hard openen en je snelheid zoveel mogelijk door trekken maar dan raakt wel echt je batterijtje leger en leger. Je hebt ook mensen die hem vanuit een 800m benaderen en dat zijn meer een soort dieselmotoren. Ze hebben even tijd nodig om op gang te komen maar als ze eenmaal op snelheid zijn dan halen zij mij op het einde weer in. Ik raak dus in verval op het einde terwijl zij juist komen opzetten dus soms zit ik er dan net voor en soms zitten zij mij net voor.

Je zegt hiermee dus eigenlijk dat als je niet snel een voorsprong hebt opgebouwd het voor jou heel lastig wordt om de race nog te winnen?

Klopt en dat is soms heel lastig. Want bij indoor kun je achter elkaar aan rennen waardoor zij dus moeten invoegen. In principe kunnen zij dan dus achter mij aansluiten en op een gegeven moment denken “ik ga je voorbij” en mij inhalen. Dat is dus wel vervelend want zij hebben eigenlijk altijd een haas voor zich die ze kunnen inhalen.

Lange afstanden door de ogen van een sprinter

De meeste klanten die bij ons over de vloer komen staan niet op een atletiekbaan zoals jij. Je noemt nu een paar keer “langere afstanden” maar wat is dit voor jou? Is dit 10 kilometer? Is dit 800m en meer? 

Ja, 800m en meer, absoluut. Ik zeg altijd: ‘vanaf 800m neem ik de auto, ik ga niét lopen, echt!’. Ten eerste, en dat is heel raar maar ik heb een hekel aan wandelen. Dat vind ik echt zo saai. Dus 400m dat doe ik dan rennend en tja, tot daar dus.

Heb je constant het idee dat je sneller kan ofzo? Of vind je het gewoon niet leuk? Wat is dat dan?

Inderdaad, ik vind het gewoon een beetje saai. We moeten af en toe wel bijvoorbeeld 15 minuten inlopen dus dan loop je op een hele training wel wat kilometers. Dat vind ik prima maar ik ben meer explosief.

En wat is het langste dat je achter elkaar hebt gelopen denk je?

Op een gegeven moment maakten we 40 tot 50 kilometer per week en dat vond ik toen echt heel veel. Dat was echt in het opbouwseizoen dus dan liep je 20 minuten in en daarna bijvoorbeeld 10x300 met daarnaast nog heel veel inhoudstraining.

Trainingsregime en sociaal leven

Als topsporter ben je natuurlijk veel in training maar je hebt ook nog een sociaal leven hieromheen. Hoe ziet jouw week er eigenlijk uit?

Ik train 9 keer per week. Dat klinkt heel veel maar mijn coach heeft het zo ingedeeld dat je de ene keer zwaar en de andere keer rustiger traint. Daarna weer twee keer sprint achter elkaar en daarna weer een ander soort training zodat je lichaam wel de balans houdt. Als we 9 keer trainen hebben we 3 keer kracht en de rest is rennen; sprint, uithoudingsvermogen en herstel. Dat is maandag, woensdag en vrijdag, 2 keer op een dag en op zondag hebben we een rustdag. Dit alles combineer ik met mijn opleiding sportkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dus hoe mijn dag eruit ziet: Ik train, dan ga ik als de sodemieter naar school want dan begint mijn les. Dat is gelukkig allemaal op het terrein van Papendal. En dan ga ik daarna weer terug en begint mijn krachttraining. Ik vind dat je op het hoogst mogelijke moet kunnen presteren maar daarnaast ook gewoon school moet blijven doen, ik vind dat echt belangrijk. We hebben qua training ook weleens rustperiodes hoor, het vetpercentage omhoog dus lekker veel donuts eten. 

Hou je dan eigenlijk nog wel tijd over voor hobbies, vrienden en familie?

Nou het scheelt dat het grootste gedeelte van mijn vrienden in mijn trainingsgroep zitten en dat die bij mij in huis wonen. Ik zie mijn familie en mijn vrienden van mijn middelbare school en van vroeger niet zoveel  maar we hebben het hier gewoon goed en gelukkig zijn er hier (Papendal) ook een hoop leuke mensen. Ik heb niet heel veel tijd over maar áls ik tijd over heb dan zorg ik dat ik rust of leuke dingen doe. Soms gaat mijn familie ook mee op reis en één keer kwam mijn moeder onverwachts naar Yokohama op moederdag. Dat was heel raar om je moeder ineens voor je neus te zien in Japan! Het is fantastisch om een gewonnen race met je familie te vieren dus als ze erbij zijn dan is dat wel extra leuk.

Ik zit normaal in een topsportklas en laatst had ik een minor met gewoon normale studenten zeg maar. Dus ik kwam in die klas en had net 3 maanden trainingsstage achter de rug in Zuid Afrika met allemaal sporters, dat voelde zo chill om eindelijk weer eens met niet sporters te zitten. Ik heb toen ook zo lang mogelijk verborgen gehouden dat ik topsporter was want het voelde heerlijk. Het leuke is dat zij zich afvragen hoe je 5 dagen achter elkaar kunt sporten maar ik vraag me af hoe mensen tijdens carnaval 5 dagen achter elkaar kunnen drinken?!

Ervaar jij als topsporter veel druk? En dan niet alleen van je trainingsregime maar ook dat mensen bijvoorbeeld dingen van je ‘willen’ of dingen van je gaan verwachten?

Ik zie het nu vooral als uitdaging. Niet alleen de trainingen maar ook de omgang met mensen, bedrijven en pers daar leer ik van. Ik ben er wel mee bezig, dat ik aan het eind van een dag terugkijk en denk: wat heb ik hiervan geleerd en wat kan ik veranderen. Wat ik wel had was na mijn winst op het NK, dat mijn familie op ongeveer 20 meter afstand stonden  en vervolgens de pers op mij afkwam maar ik dacht: “Ik wil gewoon naar mijn moeder toe.”

En nu?

Hoe ziet jouw komende jaar eruit, wat staat er voor jou op de planning? Wat is jouw volgende doel?

Eerst ga ik naar de Olympische Spelen in Tokyo, daarna komt het EK in Parijs waar ik ook naartoe wil voor de 200m en estafette. Ik hoop dat we dit met de 4x4 meiden dit ook kunnen doen. 2021 wordt ook spannend want dan heb je in maart het EK indoor en het WK indoor. In mei de WK estafette en daarna nog het WK in de Verenigde Staten. Het wordt dus veel reizen maar ik hoop wel echt alles te kunnen doen. Ik ben jong, ik ben fit dus ik wil alles meemaken.

Mijn coach liet ons laatst een hele mooie en toepasselijke uitspraak zien: “If everything seems under control, you’re just not going fast enough”. Ja, het is veel en ja het brengt een hoop druk met zich mee maar dat is goed en brengt je juist verder denk ik.

Je bent nu natuurlijk nog jong maar stel je eens voor dat je over 50 jaar terugkijkt op je sportieve carrière. Hoe zou jij dan herinnert willen worden? Heb je bijvoorbeeld specifieke doelen die je wil behalen? Misschien goud op verschillende afstanden of goud op de Olympische Spelen?

Ik had altijd de 100m en 200m in mijn hoofd. Dat was vroeger mijn ding en daar was ik altijd goed in. Nu zit ik in die soort verander- of transitiefase waar ik wat meer neig naar de 200m en 400m dus het zou heel goed kunnen dat ik over een paar maanden zou zeggen dat ik het liefst als 200m en 400m sprintster gezien wil worden. Een beetje net zoals Shaunae Miller die echt een goede loopster is op die afstanden.

 

 

Runnersworld Nederland

Of je nu net begint, of op professioneel niveau meeloopt, Runnersworld is dé winkel voor elke hardloper. De winkeleigenaren zijn zelf allemaal fanatieke hardlopers en of looptrainer en weten dan ook als geen ander hoe een hardloper beweegt.

3 reactie(s)

Reageer op deze blog

Dirk Rood
Dirk Rood

Lieke je bent op weg naar een hogere top maar je blijft gelukkig wel jezelf Heerlijk veel succes

Jan Ettes
Jan Ettes

Je bent een fantastische topper, Lieke! En je gaat het redden!

Guido Bot
Guido Bot

Erg leuk dat het nu een keer over sprinten gaat hopelijk gaat dat nog vaker gebeuren

Deze website maakt gebruik van cookies

Om u een optimale gebruikerservaring te bieden op onze website en voor het tonen van relevante advertenties, maakt Runnersworld gebruik van cookies door: Google Analytics, Youtube, Facebook, Twitter, Hotjar, AddThis en vergelijkbare technieken, die door Runnersworld of derden worden geplaatst. Door op “Accepteer cookies” te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies.
Meer informatie over deze cookies vindt u op onze cookieverklaring.

Accepteer cookies Doorgaan zonder cookies